het feestgedruis van 2014 ebt stilaan weg, de obligate wensen zijn overgemaakt, de cadeautjes zijn uitgedeeld en hier volgt het vervolg van jouw muziekblog, om de blauwe maandag die er zit aan te komen, wat te verzachten.
In tegenstelling tot de schilder- en beeldhouwkunst, die in de periode van de Renaissance teruggrepen naar de oudheid, deinde de muziek verder op de tonen van de Middeleeuwen. We spreken hier van de 14de tot 16de eeuw.
De Nederlanden bleken op muzikaal vlak een belangrijke rol te spelen. Hier bleek heel wat talent te zitten dat dan naar Italië trok om zich verder te ontwikkelen. Enkele bekende componisten van toen zijn Gilles Binchois, Josquin des Prés, Hendric Isaac, Jacob Obrecht en Adriaan Willaert.
De ontwikkeling van de boekdrukkunst maakte dat muziek toegankelijker werd buiten de kerk en de adel, omdat er betaalbaar bladmuziek beschikbaar werd. De polyfone kerkmuziek werd verder ontwikkeld en er werd geëxperimenteerd met harmonieën, dat wil zeggen de opeenvolging van akkoorden. Een akkoord is het samen klinken van minstens 3 noten (vb. het akkoord van do groot is do-mi-sol). De polyfonische muziek wordt geschreven voor vier stemmen: sopraan (hoge vrouwelijk stem), alt, tenor en bas (laagste mannelijke stem). Aangezien vrouwen in de kerk niet mochten zingen in die tijd, werd de sopraan dan overgenomen door een man, een contratenor genoemd. In polyfone muziek komen motieven terug en die worden dan in paren gezongen (vb de sopraan en de alt samen) of in canon. Een motief is het thema van een liedje. Om je een makkelijk voorbeeld te geven: de 5de van Beethoven heeft een bekend motief dat in heel de symfonie terugkomt. Maar we lopen wat vooruit, Beethoven is voor later! Van een canon spreken we wanneer de ene stem de andere stem met vertraging imiteert, al dan niet met een variatie. Denk maar aan de wereldberoemde Broeder Jacob.
In de vocale muziek maakt men een onderscheid tussen een motet, een madrigaal en een chanson. Het eerste is op muziek gezette bijbeltekst vb. een dalende zangtoon om het sterven van Jezus uit te beelden. De madrigaal is wereldlijke/seculiere muziek op gedichten van beroemde schrijvers. Vooral de Engelsen deden hier hun ding mee... met een toneelschrijver als William Shakespeare kon dat ook niet anders! Het chanson is Franse muziek, eenvoudiger dan de madrigaal... je ziet dat sommige dingen niet echt veranderd zijn sindsdien!
Later in de Renaissance veranderde de kerkmuziek. De invloed van de Kerk begon immers te tanen. Mede onder invloed van de Protestanten, werd de muziek toegankelijker, dwz niet meer in het Latijn. Men stapte af van de ingewikkelde canons, wat de verstaanbaarheid ten goede kwam.
Instrumentale muziek werd in de Renaissance nog steeds weinig gebruikt, wel werden de eerste stukken voor klavier geschreven en hier en daar dook al eens een clavecimbel op in adelijke families. Het werd oorspronkelijk gebouwd als oefeninstrument voor het orgel, maar het zou steeds belangrijker worden in de periode na de Renaissance, namelijk de barokperiode. Maar dat is voor een volgende keer ;-)
Referenties:
- wikipedia
- http://www.componisten.net
- http://www.lambo.nl/kunstbron/hofmuziek-renaissance-barok
- Klassieke muziek voor Dummies