zaterdag 1 augustus 2015

De Barokperiode

Schaam op mij! Met schandalig veel vertraging schrijf ik eindelijk verder aan je muziekblog, Bram. Ik zal verder niet veel woorden vuil maken aan excuses maar ineens de koe bij de horens vatten en je iets vertellen over de barokperiode. Die begint aan het einde van de 16de eeuw en eindigt in het sterfjaar van Johann Sebastian Bach (1750). Over deze wereldberoemde componist zodadelijk meer.

In de barokperiode, die haar oorsprong in Italië vond en tot een hoogtepunt kwam in Duitsland, werd meer gebruik gemaakt van instrumenten zoals de clavecimbel, de luit, de blokfluit, de viola da gamba (soort van voorloper van de cello) en de cello zelf. De cello werd overigens gebruikt als basso continuo-instrument. Dat is een typische manier van begeleiden uit de barokperiode waarbij de cello of de viola da gamba, omwille van hun lagere klank, de baslijn gaan spelen voor bijvoorbeeld de clavecimbel of de viool. De barokmuziek evolueerde vooral door de rijken, die musici en componisten in dienst hadden die voor hen speelden, in het bijzonder tijdens feestelijkheden. Dat maakt dat er in de barokmuziek onderscheid werd gemaakt tussen verschillende dansvormen zoals de bourée, de gavotte (uit de beroemde cellosuites van Bach, gespeeld door een al even beroemde cellist) of de sarabande (in dit bekende voorbeeld van Händel hoor je meteen enkele van bovengenoemde instrumenten). De barokke muziek wordt wel eens omschreven als bombastisch, exuberant en geornamenteerd - je zal het misschien zelf al gehoord hebben in de paar fragmenten hierboven. Daarom kreeg deze stijlperiode ook de term 'barok', van het Portugese barocco, wat 'vreemd geschapen parel' betekent. 


De barokperiode betekende ook het ontstaan van de opera, het gezongen toneelstuk. Een bekende componist van toneelmuziek en (semi)-opera's is de Brit Henry Purcell, tevens één van Groot-Brittanië's meest bekende componisten aller tijden.

Purcell schreef muziek voor speciale gelegenheden aan het hof (vb. een verjaardagsode aan Queen Mary). Hier kan je een zeer uitgebreide docu over Purcell vinden. Het interessante eraan is dat je ineens ook een aantal instrumenten ziet van in die periode. Dit melancholische fragment komt uit de opera Dido & Aeneas, de enige Engels gezongen opera uit de 17de eeuw.

Naast Purcell, Händel, Vivaldi (van de jaargetijden, hier de zomer), Monteverdi, Albinoni, Pachelbel (van de beroemde canon, die nadien trouwens gebruikt werd voor het nummer Rain and Tears van Demis Roussos) en nog zoveel anderen, verdient het muzikale genie Bach toch een aparte vermelding op deze blog.
 
Ik moet bekennen dat ik er een haat-liefde verhouding mee heb. Als kind en puber heb ik gefoeterd aan mijn piano toen Bach verplicht materiaal was met zijn Kleine Präludien, zijn Fughetten en Fuga's. Ik vond zijn muziek altijd te ordelijk, te beredeneerd, te passieloos en met ambetante versieringen waarop ik bijna mijn vingers verstuikte. Maar je zal je nog wel die ene vreemde avond in december herinneren waarop ik enkel de eenvoud van zijn cellosuites (hier door een andere zeer bekende celliste Jacqueline Du Pre, voor ze geveld werd door MS) kon verdragen als enige geluid... ;-)
Johann Sebastian Bach beheerste als muzikale duizendpoot verschillende instrumenten (orgel, clavecimbel, viool) maar was ook meester in melodie, harmonie en ritme. Hij hechtte veel belang aan orde in zijn muziek. Bach was van mening dat muziek diende om het gemoed te ontspannen en om God te eren. Werken als de Johannes- en de Mattheüspassie dienden dan ook om de bijbel uit te leggen. Met de enkele fragmenten hierboven heb ik slechts een fractie getoond van zijn oeuvre, dat ook nog instrumentale muziek voor viool en orgel bevat en nog sonates en cantates, naast de fuga's en de preludes. Je kan stellen dat Bach de barokmuziek naar een hoogtepunt gebracht heeft - en naar mijn mening ook wat  vereenvoudigd heeft -  en een inspiratiebron was voor heel wat muzikanten, van de daaropvolgende romantische periode tot moderne jazzmuziek en zelfs metal. Oh, en de Goldbergvariaties waren blijkbaar ook een inspiratiebron voor een bekende kannibaal ;-)
Met dit laatste filmpje maak ik de overgang van Bach naar de volgende muzikale periode en zelfs een grote sprong naar één van de beste a-capella zangers van de 20ste eeuw. Kwestie van je al wat warm te maken voor het vervolg ;-)


Referenties:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Barokmuziek
https://www.baroque.org/baroque/
http://www.baroquemusic.org/
http://www.slideshare.net/Gari125/the-baroque-36178800
Klara - Iedereen klassiek. Klassiek voor alle emoties. 

zondag 18 januari 2015

De Renaissance

Dag Bram,

het feestgedruis van 2014 ebt stilaan weg, de obligate wensen zijn overgemaakt, de cadeautjes zijn uitgedeeld en hier volgt het vervolg van jouw muziekblog, om de blauwe maandag die er zit aan te komen, wat te verzachten.

In tegenstelling tot de schilder- en beeldhouwkunst, die in de periode van de Renaissance teruggrepen naar de oudheid, deinde de muziek verder op de tonen van de Middeleeuwen. We spreken hier van de 14de tot 16de eeuw.
De Nederlanden bleken op muzikaal vlak een belangrijke rol te spelen. Hier bleek heel wat talent te zitten dat dan naar Italië trok om zich verder te ontwikkelen. Enkele bekende componisten van toen zijn Gilles Binchois, Josquin des Prés, Hendric Isaac, Jacob Obrecht en Adriaan Willaert.


De ontwikkeling van de boekdrukkunst maakte dat muziek toegankelijker werd buiten de kerk en de adel, omdat er betaalbaar bladmuziek beschikbaar werd.  De polyfone kerkmuziek werd verder ontwikkeld en er werd geëxperimenteerd met harmonieën, dat wil zeggen de opeenvolging van akkoorden. Een akkoord is het samen klinken van minstens 3 noten (vb. het akkoord van do groot is do-mi-sol). De polyfonische muziek wordt geschreven voor vier stemmen: sopraan (hoge vrouwelijk stem), alt, tenor en bas (laagste mannelijke stem). Aangezien vrouwen in de kerk niet mochten zingen in die tijd, werd de sopraan dan overgenomen door een man, een contratenor genoemd. In polyfone muziek komen motieven terug en die worden dan in paren gezongen (vb de sopraan en de alt samen) of in canon. Een motief is het thema van een liedje. Om je een makkelijk voorbeeld te geven: de 5de van Beethoven heeft een bekend motief dat in heel de symfonie terugkomt. Maar we lopen wat vooruit, Beethoven is voor later! Van een canon spreken we wanneer de ene stem de andere stem met vertraging imiteert, al dan niet met een variatie. Denk maar aan de wereldberoemde Broeder Jacob.
In de vocale muziek maakt men een onderscheid tussen een motet, een madrigaal en een chanson. Het eerste is op muziek gezette bijbeltekst vb. een dalende zangtoon om het sterven van Jezus uit te beelden. De madrigaal is wereldlijke/seculiere muziek op gedichten van beroemde schrijvers. Vooral de Engelsen deden hier hun ding mee... met een toneelschrijver als William Shakespeare kon dat ook niet anders! Het chanson is Franse muziek, eenvoudiger dan de madrigaal... je ziet dat sommige dingen niet echt veranderd zijn sindsdien!


Later in de Renaissance veranderde de kerkmuziek. De invloed van de Kerk begon immers te tanen. Mede onder invloed van de Protestanten, werd de muziek toegankelijker, dwz niet meer in het Latijn. Men stapte af van de ingewikkelde canons, wat de verstaanbaarheid ten goede kwam.
Instrumentale muziek werd in de Renaissance nog steeds weinig gebruikt, wel werden de eerste stukken voor klavier geschreven en hier en daar dook al eens een clavecimbel op in adelijke families. Het werd oorspronkelijk gebouwd als oefeninstrument voor het orgel, maar het zou steeds belangrijker worden in de periode na de Renaissance, namelijk de barokperiode. Maar dat is voor een volgende keer ;-)


Referenties:
- wikipedia
- http://www.componisten.net
- http://www.lambo.nl/kunstbron/hofmuziek-renaissance-barok
- Klassieke muziek voor Dummies

dinsdag 2 december 2014

Het begin: de Middeleeuwen

Beste Bram,

daags na je verjaardag dronken we enkele lekkere biertjes om dit heuglijk evenement te vieren. De avond was al goed ingezet toen je heel gedecideerd zei: "Yanna, leer mij eens iets over klassieke muziek!". Tegen de tijd dat we aanstalten maakten om huiswaarts te gaan, zei ik al even gedecideerd: "Bram, ik zal wekelijks een muziekblog voor je schrijven met alle klassieke muziek erin verwerkt die je moet kennen!". Het wekelijkse bleek wat optimistisch, maar hier is hij dan toch: de eerste post van de aan klassieke muziek gewijde blog, speciaal voor jou. Beschouw het maar als je verjaardagscadeau ;-)

Waar te beginnen? Bij het begin lijkt me het meest logisch. Mogelijks zat er al muziek in de oerknal, maar als we het over klassieke muziek hebben, moeten we "slechts" teruggaan tot de Middeleeuwen en beperken we ons tot de Westerse wereld. Het is overigens in die periode dat het huidige systeem van muzieknotatie, met noten op een notenbalk, zich ontwikkelde. 
De klassieke muziek is begonnen met Gregoriaanse zang, genoemd naar paus Gregorius die er zelfs een professionele zangschool voor oprichtte, de Schola Cantorum. Kerkmuziek dus! 

Ze werd in de mis gezongen door mannen en was aanvankelijk monofoon (éénstemmig), in het Latijn en zonder instrumentale begeleiding. Het monotone gezang hielp eigenlijk om op een verstaanbare manier een boodschap over te brengen met de kerkakoestiek, ipv gewoon te spreken. Hier vind je een zeer klassiek voorbeeld van monotone Gregoriaanse zang. Hm, misschien toch niet zo'n goed voorbeeld, dit is beter ;-) Ondertussen kan je in het filmpje ook de muzieknotatie zien (neumenschrift). Ik snap nu de associatie die soms gelegd wordt tussen monotoon en slaapverwekkend....zzzz. Geleidelijk aan werden de koren meerstemmig (organum genoemd) en dit was toch een belangrijke vooruitgang in de muziekgeschiedenis. Als je je eens anderhalf uur helemaal wil onderdompelen, moet je hier naar luisteren. Met de volumeknop open is het bij momenten wel indrukwekkend! In dit filmpje vind je wat meer uitleg over de evolutie van Gregoriaanse zang. Karel de Grote zorgde trouwens voor de verspreiding van deze muziek in het rijk omdat hij een uniforme misliturgie nastreefde. 
Gelukkig werd de muziek niet gemonopoliseerd door de tsjeven van toen. Er waren ook leken die zongen over de liefde, het hof en de oorlogen. Men noemde hen troubadours in Frankrijk, minnesänger in Duitsland. 
Minnestrelen behoren ook tot die periode, maar zouden wat minder verfijnd zijn dan de troubadours. Hier een voorbeeld van Spaanse troubadoursmuziek. Hier maakte men al eens gebruik van instrumenten zoals de luit, de harp of nog later: het psalterium, de zink of de schalmei

 
Ook slaginstrumenten zoals de trommel en tamboerijn werden gebruikt. 



Naarmate de tijd richting Renaissance kroop, werd de muziek expressiever, gevarieerder en dus ook complexer (chance dat we niet zijn blijven haperen bij de Gregoriaanse monotonie!). De kerkelijke en wereldlijke muziek geraakten stilaan met elkaar vermengd in die zin dat de geestlijke tekst werd vervangen door een instrument. Er wordt een onderscheid gemaakt in de Ars Antiqua, de Ars Nova en de Ars Subtilitor stromingen, die hun oorsprong vinden in Frankrijk en noorden van Spanje. Muzikaal vind ik het verschil tussen die stromingen nogal subtiel. Er valt op technisch vlak nog meer te zeggen over deze stromingen (tweestemmig, driestemming, hoeveel tonen er tussen de stemmen zijn, het vastleggen van de duur van de noten, enz), maar dit zou ons te ver leiden.

Nu ik zelf alles beluisterd heb, stel ik vast dat er toch wel weinig instrumenten naast de menselijke stem werden gebruikt in die periode, de muziek van toen klinkt ook erg eenvoudig. Ik kan je echter verzekeren dat het technisch niet zo simpel is om dit bijvoorbeeld met een hedendaags ensemble te spelen, al was het maar omdat er toen amper duiding werd gegeven over ritme. 
Hoe het verder evolueert, lees je in het volgende stuk over de Renaissancemuziek! 




Referenties:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Middeleeuwse_muziek
D.Pogue & S. Speck. Klassieke muziek voor dummies. 
www.kunstonderwijs.eu
www.cultkanaal.nl